Van potentieel naar praktijk: werken met nieuwkomers in Nederland

Van drempels naar doorbraken

Slimme oplossingen in de praktijk
De Nederlandse arbeidsmarkt staat onder druk. In vrijwel alle sectoren blijven vacatures openstaan, terwijl werkgevers moeite hebben om geschikt personeel te vinden. Tegelijkertijd is er een grote groep mensen die juist graag wil werken, maar moeilijk aansluiting vindt. Onder asielzoekers en statushouders bevindt zich een aanzienlijk onbenut arbeidspotentieel.

In de vorige artikelen in deze serie zagen we waar het in de praktijk schuurt. Niet omdat de motivatie ontbreekt, maar omdat systemen, regelgeving en praktische belemmeringen de stap naar werk vertragen. In dit derde deel richten we ons op de vraag: hoe doorbreken we die drempels?

Voor dit artikel spreken we met Sophie van Hoenselaar, Director Global Services bij OTTO Work Force. Zij werkt dagelijks aan het verbinden van kandidaten en werkgevers. Wat haar opvalt: de oplossingen zijn vaak dichtbij. “Het potentieel is er, en de wil ook,” zegt ze. “De uitdaging zit in het wegnemen van de obstakels, zodat mensen daadwerkelijk kunnen starten.”

Drempels wegnemen bij de bron

Een belangrijke stap ligt bij het organiseren van de basis. Het COA zet hier steeds nadrukkelijker op in met zogeheten meedoen balies op azc-locaties. Op deze plekken krijgen bewoners direct ondersteuning bij vragen over werk, ontwikkeling en participatie. Door begeleiding dichter bij de mensen zelf te organiseren, wordt de afstand tot de arbeidsmarkt kleiner en wordt sneller duidelijk wat iemand nodig heeft om te starten.

Ook de locatie van opvang speelt een grotere rol dan voorheen. Waar eerder vooral werd gekeken naar beschikbare capaciteit, groeit het inzicht dat nabijheid tot werk essentieel is. Veel statushouders en asielzoekers hebben nog geen erkend rijbewijs en zijn afhankelijk van openbaar vervoer of (elektrische) fiets dat niet altijd aansluit op werklocaties. Door opvang en werk beter op elkaar af te stemmen, ontstaat sneller een realistische route naar werk. Van Hoenselaar ziet dagelijks wat dit oplevert. “Je ziet in de praktijk dat locaties die dichtbij werkgevers zitten, succesvoller zijn in het begeleiden van nieuwkomers naar werk. Als iemand het werk niet weet te bereiken, stopt het daar. Door dit goed te organiseren, zie je direct verschil.


Zicht op talent als sleutel

Niet alle drempels zijn direct zichtbaar. Inzicht in vaardigheden vormt een minstens zo grote uitdaging. Kandidaten hebben vaak vanuit het thuisland een schat aan ervaring en kwaliteiten, maar deze zijn niet altijd goed vastgelegd of herkenbaar voor werkgevers. Het UWV werkt daarom met CompetentNL aan een universele manier om skills vast te leggen, los van formele diploma’s. Dit maakt het eenvoudiger om vaardigheden te vergelijken en passende doorontwikkeling te stimuleren.

Binnen OTTO wordt het belang hiervan nadrukkelijk onderkend. “We zien elke dag dat mensen meer kunnen dan op papier staat,” zegt Van Hoenselaar. “Een duidelijke en uniforme manier om vaardigheden vast te leggen helpt enorm bij het maken van de juiste match en het bepalen van een groeipad.”


De werkvloer als sleutel tot integratie

De stap naar werk wordt uiteindelijk gemaakt op de werkvloer. Daar moet het functioneren, en daar wordt ook duidelijk of iemand succesvol is. Binnen OTTO ligt daarom veel nadruk op praktische begeleiding, met taal als belangrijk aandachtspunt. Een bewezen aanpak is het buddy-systeem, waarbij medewerkers elkaar ondersteunen op de werkvloer. Collega’s die de taal beheersen helpen de nieuwe medewerkers bij het begrijpen van instructies en communicatie.

“Het is een eenvoudige oplossing met grote impact,” aldus Van Hoenselaar. “Het zorgt voor duidelijkheid en voorkomt misverstanden. Dat is essentieel voor veiligheid en samenwerking.” Ook wordt veel aandacht besteed aan het vertalen van belangrijke informatie. Veiligheidsinstructies en werkdocumenten zijn beschikbaar in de eigen taal van medewerkers, zodat iedereen begrijpt wat er van hen verwacht wordt.

Sophie van Hoenselaar:

We kijken eerst naar het aanbod in Nederland en geven, waar mogelijk, statushouders en asielzoekers voorrang bij gelijke inzetbaarheid.”


Begrip maakt het verschil

Taal is echter niet de enige factor. Ook culturele verschillen spelen een rol in hoe mensen samenwerken. Daarom wordt er steeds vaker ingezet op kleinschalige cultuursessies op de werkvloer. Niet alleen voor de nieuwe collega’s, maar juist ook voor bestaande teams. Een voorbeeld hiervan zijn de pizzasessies bij DHL eCommerce in Dordrecht. Het doel is simpel: wederzijds begrip creëren. Door inzicht te geven in normen, communicatie en verwachtingen ontstaat er minder ruis en meer samenwerking.

“Integratie is geen eenrichtingsverkeer,” benadrukt Van Hoenselaar. “Het vraagt iets van beide kanten. Als je daarin investeert, zie je dat teams sterker worden. Om dit verder te ondersteunen, werkt OTTO met een gespecialiseerd team dat de organisatie en medewerkers begeleidt. Dit team reist langs verschillende locaties en ondersteunt bij onboarding, begeleiding en bemiddeling waar nodig. Zo wordt kennis en ervaring actief gedeeld tussen verschillende werkplekken."


Kansen dichter bij huis

In een krappe arbeidsmarkt ligt de nadruk vaak op internationale werving. Tegelijkertijd is er binnen Nederland nog veel onbenut potentieel beschikbaar.Volgens Van Hoenselaar vraagt dit om bewustere keuzes. “We kijken eerst naar het aanbod dat al in Nederland is. Als mensen beschikbaar en inzetbaar zijn, moeten we die kans benutten. Dat vraagt om aandacht in hoe je werft en selecteert.”

Binnen OTTO wordt daarom, waar mogelijk, prioriteit gegeven aan statushouders en asielzoekers bij gelijke inzetbaarheid. Dit is geen harde regel, maar een manier om het aanwezige potentieel beter te benutten.


Van lokale oplossing naar structurele aanpak

Wat dit alles laat zien, is dat voor de uitdagingen voldoende oplossingen te vinden zijn. Van meedoen balies en slimmere locatie keuzes tot skills paspoorten, buddy-systemen en cultuursessies: er wordt op veel plekken actief gewerkt aan verbetering.

Tegelijkertijd zit de grootste uitdaging in de volgende stap. Hoe zorgen we dat deze initiatieven geen losse oplossingen blijven, maar onderdeel worden van een structurele aanpak?

Van Hoenselaar is daar helder over: “De praktijk laat zien wat werkt. Nu is het zaak om daar beleid omheen te bouwen, zodat het niet afhankelijk blijft van lokale initiatieven of individuele samenwerking.”


Vooruitblik

In de volgende editie kijken we samen met Gert-Jan Segers naar de rol van de overheid. Hoe kan beleid bijdragen aan het structureel verlagen van drempels en het beter benutten van dit arbeidspotentieel?

All
Ontwikkelingen

  • Home
  • Van drempels naar doorbraken
quote