Interview CEO & Founder Frank van Gool

"Zo'n groei hadden we nooit voorzien."

Twintig jaar is geen gevorderde leeftijd voor een bedrijf. En toch lijkt het jaar 2000, toen OTTO Work Force werd opgericht, al uit een ander tijdperk. Wim Kok was premier van Nederland, niemand had van Google gehoord en de euro was nog niet in omloop. CEO Frank van Gool denkt terug aan die eerste dagen in het bestaan van OTTO, na 8 maart 2000.

“Met onze eerste vier medewerkers in Nederland begonnen we aan de keukentafel van het vakantiepark Roekenbosch in Blitterswijck. Daar stond mijn pc waarop ik in Excel de facturen opmaakte. Het was de tijd van de eerste auto, die we voor duizend gulden per maand huurden om mensen rond te rijden. We reden er vierduizend kilometer per maand mee... misschien niet zo’n goede deal voor het autoverhuurbedrijf Wejebe.”

OTTO bereikte in de jaren erna een reeks rap opeenvolgende mijlpalen. De eerste echte vestiging was in Venlo, eind 2000. De eerste stafmedewerkers werden aangenomen... toen het nieuwe kantoor, waar de organisatie eind 2002 alweer uitgegroeid was... de eerste uitzending bij Business Class... het was een snelle, schoksgewijze groei van tweehonderd flexmedewerkers naar twintigduizend plus medewerkers.

Frank: “Dit hadden we nooit voorzien. Het idee was dat we het heel goed zouden doen als we een regionale speler zouden worden met misschien vier- of vijfhonderd flexmedewerkers. Nu zijn we een belangrijke speler in de Nederlandse en Europese arbeidsmarkt. We hebben dat nog netjes gedaan! Kijk, een uitzendbureau tot ongeveer tweehonderd flexmedewerkers, dat kun je bij wijze van spreken in je schriftje allemaal bijhouden. Maar daarboven wordt het een ander verhaal. En boven de achthonderd is het weer andere koek. De volgende mijlpalen liggen bij tweeduizend en vijfduizend mensen.”

Hamsterend Nederland erdoorheen slepen
Fast forward twintig jaar, naar half maart 2020, als OTTO voor een nieuwe uitdaging komt te staan. De coronacrisis is in alle hevigheid losgebarsten. Frank heeft samen met het Corona Preventie Team continu contact met zijn stafmedewerkers en flexmedewerkers. De bezetting van het operation servicecentrum wordt verdubbeld. Vierentwintig uur per dag, zeven dagen per week staan de lijnen open: tweeduizend telefoontjes per dag komen binnen: ziekmeldingen, zorgen, vragen.

Frank: “Elke beslissing was in die periode belangrijk. Duizenden van onze mensen werken in distributiecentra en bedienden hamsterend Nederland. In die periode realiseerden we ons hoe belangrijk het was voor onze klanten dat hun operatie door kon draaien. Maar ook voor de medewerkers waren onze beslissingen belangrijk: we moesten voorkomen dat ze besmet raakten. De vader van mijn vriendin belandde met corona in het ziekenhuis. Karolina’s net geboren tweeling raakte besmet met Corona. Alles kwam kortom samen en dat maakte wel even indruk. Het was keihard werken, gelukkig gesteund door het geweldig OTTO team.”

“In april deden we ons terugkerende klanttevredenheidsonderzoek. We waren een beetje bezorgd: hadden we het goed gedaan? In 2019 kregen we gemiddeld een 8.0 van dertienduizend respondenten. In de corona-maartmaand zagen we het cijfer naar de 8.5 stijgen. En dat is daar gebleven. De mensen waardeerden kennelijk hoe wij gecommuniceerd en gehandeld hebben. Dat we de veiligheid van onze medewerkers voorop hebben gesteld.”

Frank van Gool:

“Ons kantoor was de eettafel van bungalow 18 van het vakantiepark in Blitterswijck, waar ook alle mensen woonden.”

Appje van Roemer
Hoewel de coronacrisis een onvergelijkbare is in het twintigjarig bestaan, zijn er meer crises geweest. Volgens Frank van Gool zijn die steeds weer een kans om te leren en te innoveren.

“In 2004 speelde in de politiek de kwestie van het al dan niet openen van de grenzen voor arbeidsmigranten. Van Hubert Bruls (CDA) had ik de informatie gekregen dat de grenzen open zouden gaan. Wat schetst mijn verbazing toen ik naar het kamerdebat keek en het CDA plotseling iets heel anders zag vertellen. Ik ging verhaal halen en hoorde: “We zijn geswitcht in het fractieberaad.” Ik realiseerde me dat ik te weinig feeling had voor politieke besluitvorming. Zoiets wilde ik niet nog eens laten gebeuren. Ik heb toen een raad van advies aangesteld met René van der Linden, Hans Wiegel, Ruud Vreeman en Frank de Grave onder voorzitterschap van Dries van de Beek. Ik leerde over politiek en hield zo ook de lijntjes kort. Sindsdien hebben we goed contact met eigenlijk elke politieke partij. Dat bleek wel dit jaar. Het eerste werkbezoek dat Emile Roemer van het Aanjaagteam Arbeidsmigranten deed, was bij ons. Hij zei: ik heb veel over OTTO gehoord, dat hier goede dingen gebeuren en zeker wat betreft huisvesting. Na dat eerste bezoek hebben we nog zeker zes keer contact gehad. Ik kreeg na de publicatie van zijn eindrapport, een appje van hem: dank voor je inbreng de afgelopen maanden. Een mooi compliment voor hoe we bezig zijn.”

Uit de coronacrisis zijn innovaties voortgekomen. Uit OTTO’s innovatielab kwam bijvoorbeeld de afstandsdetectie-tag. Hoe kun je in een distributiecentrum de anderhalve meter aanhouden? De tag doe je om je pols of hals. Kom je te dichtbij een medewerker die ook zo’n tag draagt, dan gaan de tags vibreren.

Frank: “Techniek moet dingen simpel maken, de mens ondersteunen. Een ander mooi voorbeeld uit ons innovatielab is de Best Match: door algoritmes kunnen wij inschatten of nieuwe mensen bij een bedrijf goed of slecht gaan functioneren. Waarom doet de ene orderpicker het beter bij Albert Heijn dan bij Jumbo, terwijl het werk hetzelfde is? Dat heeft met bedrijfscultuur te maken. Door de Best Match weten we al van tevoren waar die orderpicker meer tot bloei zal komen. 

Arbeidsmigranten niet tussen wal en schip

Arbeidsmigranten zijn extra kwetsbaar in een crisis. Het is dan ook geen wonder dat de media schrijnende situaties weten te vinden. Zoals zo vaak, denkt Frank van Gool in uitdagingen, niet in problemen.

“We zagen tijdens corona dat sommige arbeidsmigranten tussen wal en schip belandden bij concurrenten. Dat was een acuut probleem: ze konden plots ’s avonds op straat komen te staan. Wij hebben een team opgezet om deze mensen een dak boven het hoofd te geven en waar mogelijk natuurlijk om ze aan het werk te helpen. Wij willen niet dat mensen een slechte ervaring overhouden aan Nederland.”

Voor de ervaring van arbeidsmigranten is de manier waarop huisvesting geregeld is,  uiteraard cruciaal. In de begintijd organiseerde OTTO die zelf. Frank: “Maar het besef daagde dat het voor medewerkers niet fijn is dat hun werkgever ook hun huismeester is. Vanaf 2011 hebben we huisvesting zo veel mogelijk geoutsourced. Wel faciliteerden we deze nog. Zo rond 2017 stokten de ontwikkelingen: we kwamen niet verder dan huizen en hotelletjes. Het ging ons niet snel genoeg en niet groot genoeg. Door onze deal met de Japanners hebben we een eigen huisvestingsorganisatie kunnen opzetten: KaFra Housing. Die werkt niet alleen voor OTTO maar bediend ook andere bedrijven.”

KaFra heeft inmiddels tien locaties gerealiseerd. De kwaliteit van de huisvesting is goed en de organisatie hecht waarde aan de begeleiding van mensen. Frank: “De beheerders van een locatie heten er wellfare officers. Er is alles aan gedaan om mensen zich welkom te laten voelen op de locaties.”

“De maatschappij voelt de urgentie van deze uitdaging ook. Het belangrijkste is dat er gewoon volop gebouwd gaat worden. Ik ben blij met het rapport van Roemer maar nu moeten we oppassen dat het niet onder het stof komt te zitten. We moeten de inrichting slim doen. Ga geen totaal nieuwe certificering opzetten. Kijk wat er voorhanden is en bouw dat uit tot een uitzendvergunning. De SNA-certificering is daarvan een van de vinkjes. Bouw die uit, samen met de vakbonden. De andere vinkjes zijn dan een waarborgsom, een Bibob-verklaring en een verklaring van vakbekwaamheid. En ten tweede moet je inleners keihard aanpakken die werken met uitzendondernemingen zonder uitzendvergunning. Als je een boete van pakweg achtduizend euro per persoon uitdeelt, dan wordt het gewin plotseling minder interessant. Ook zonder een hoge pakkans.”

“Nederland heeft arbeidsmigranten heel hard nodig. Ik zeg al een paar jaar dat we een charme-offensief moeten beginnen om ze hierheen te halen. Dat kan alleen slagen als de onderkant van de uitzendbranche gesaneerd wordt: als de huisjesmelkers worden aangepakt. Want de zwakste schakel bepaalt de sterkte van de keten: als branche word je toch geïdentificeerd met die zwakste schakel.”

Mobiele nummer op visitekaartje
Frank van Gool staat er om bekend een van de weinige CEO’s te zijn met zijn mobiele nummer op het visitekaartje.

Frank: “Dat zal ook altijd zo blijven. Ik zie het eigenlijk niet als de top waar ik zit. Ik zie mezelf in een dienende positie. Als mensen ergens mee zitten, kunnen ze bellen of een berichtje sturen. Omdat veel dingen in de organisatie gelukkig goed geregeld zijn, word ik niet platgebeld. Maar ik krijg wel degelijk belletjes en berichtjes. Van mensen die zeggen hoe fijn ze het vinden om voor OTTO te werken. Maar ook mensen die ergens in teleurgesteld zijn, bijvoorbeeld een contract dat niet verlengd is. Dan zorg ik dat we nagaan of dat goed is gegaan en geven we hierover feedback. Ik ben er voor onze mensen, ook in deze lastige periode.”

Suggesties

Bekijk meer insights

Wilt u meer weten? Hier vindt u nog enkele relevante nieuwsartikelen. Zo mist u niks meer van wat speelt binnen OTTO.

Als een konijn in de koplampen

De samenleving staat over het algemeen kritisch tegenover migratie terwijl migratie onvermijdelijk is en een zekere mate van arbeidsmigratie noodzakelijk is voor de Nederlandse arbeidsmarkt. Dit negatieve sentiment wordt versterkt door de problemen die er zijn op het gebied van arbeidsmigratie.

Het moet eerst gaan over beter!

In zijn column voor Flexmarkt roept Frank van Gool de politiek op om nu eindelijk eens keuzes te maken. Sowieso moeten malafide uitzendbureaus veel harder aangepakt worden. Maar daarnaast moeten keuzes gemaakt worden met betrekking tot arbeidsmigratie. Van Gool roept op dit met urgentie te doen. 

Je nek uitsteken

Frank van Gool kwam deze week in het nieuws, omdat hij als enige ondernemer een vraag stelde tijdens het SBS6-verkiezingsdebat. In deze column voor Flexmarkt gaat hij in op de vraag waarom hij dat deed.